

Diagnostiek
Behandeling
& Advies
Kind, Jeugd & (jong) Volwassenen
Systemisch
Maasbree | Midden-Limburg I Noord Limburg
Boudewien Vermeer
GZ-Psycholoog
Kinder- en Jeugdpsycholoog NIP
Limburg
Brabant
Expats
Trauma
Angstklachten
Hoogbegaafdheid Kind en Jeugd
Hoogbegaafdheid Volwassenen

Psychologenpraktijk10
Maasbree
Midden Limburg
Noord Limburg
Noord-Brabant Oost
HOOGBEGAAFDHEID
​
"Giftedness is the manifestation of performance that is clearly at the upper end of the distribution in a specific talent domain even relative to other highfunctioning individuals in that domain. Further, giftedness can be viewed as developmental in that in the beginning stages, potential is the key variable. In later stages, achievement is the measure of giftedness; and in fully developed talents, eminence is the basis on which this label is granted. Both cognitive and psychosocial variables play an essential role in the manifestation of giftedness at every developmental stage, are malleable, and need to be deliberately cultivated" (Subotnik, Olszewski-Kubilius and Worrell 2012)
​
"Hoogbegaafdheid is het tot uiting komen van opvallend hoog functioneren binnen een specifiek talentgebied, ook in vergelijking met anderen die in datzelfde domein al op een hoog niveau functioneren. Het wordt gezien als iets dat zich ontwikkelt in de tijd: in de vroege fases staat vooral potentieel centraal, later wordt hoogbegaafdheid zichtbaar in wat iemand daadwerkelijk bereikt en bij volledig ontwikkelde talenten in het uitzonderlijk uitblinken binnen een domein. Zowel cognitieve als psychosociale factoren spelen in elke fase een belangrijke rol, zijn beïnvloedbaar en vragen om bewuste, gerichte ondersteuning en ontwikkeling" (Subotnik, Olszewski-Kubilius and Worrell 2012)
​


Visie op hoogbegaafdheid​
​
In de wetenschappelijke literatuur is veel geschreven over hoogbegaafdheid en ontwikkeling. Een breed gedeeld uitgangspunt is dat ontwikkeling nooit door één enkele factor kan worden verklaard. Hoe iemand functioneert en zich ontwikkelt, hangt samen met cognitieve mogelijkheden, persoonlijke kenmerken, ervaringen en de omgeving waarin iemand leeft.
​
Hoe iemand zich ontwikkelt en hoe iemand in zijn of haar vel zit, wordt beïnvloed door verschillende factoren die elkaar kunnen versterken of afremmen. Denkvermogen en leervermogen spelen hierin een rol, maar ook motivatie, interesses, doorzettingsvermogen en creativiteit. De omgeving is daarbij van grote invloed. Hierbij is het belangrijk dat er thuis, op school of op het werk echt wordt aangesloten bij wie iemand is, wat iemand nodig heeft om te leren en wat motiveert. Wanneer deze factoren in samenhang worden bekeken, wordt duidelijk waar ruimte zit om ontwikkeling en welzijn te ondersteunen.
​
Binnen de psychologie wordt ervan uitgegaan dat capaciteiten zich ontwikkelen in de wisselwerking tussen aanleg en omgeving. Ze liggen niet vast. Ontwikkeling komt beter tot zijn recht wanneer begeleiding en uitdagingen aansluiten bij iemands mogelijkheden en manier van leren. Daarbij is niet alleen aandacht nodig voor cognitieve mogelijkheden, maar ook voor afstemming op interesses, leerbehoeften en de mate van uitdaging die iemand nodig heeft om betrokken te blijven.
​
Creativiteit wordt in de literatuur gezien als een belangrijk onderdeel van leren en functioneren. Het gaat niet alleen om uitzonderlijke prestaties, maar om flexibel denken, het vinden van oplossingen en het kunnen omgaan met nieuwe of complexe situaties. Dit draagt bij aan eigenaarschap en het vinden van een eigen weg in leren, werk en persoonlijke ontwikkeling.
Naast cognitieve factoren spelen sociaal-emotionele aspecten een belangrijke rol. Motivatie, zelfregulatie, omgaan met stress en tegenslag en emotionele ontwikkeling beïnvloeden hoe iemand zich voelt en hoe iemand zich ontwikkelt. Steun en verwachtingen vanuit de omgeving kunnen hierin veel betekenen. Ook praktische voorwaarden, zoals passend onderwijs, verrijkingsmogelijkheden en passende begeleiding of behandeling, kunnen helpen om ontwikkeling weer in beweging te brengen en om met meer rust en vertrouwen stappen te zetten.
​
Binnen Psychologenpraktijk10 wordt daarom verder gekeken dan testresultaten of afzonderlijke kenmerken van een persoon. Bij ieder kind en iedere volwassene staat de unieke manier van denken, voelen en functioneren centraal. Er wordt zorgvuldig gekeken naar mogelijkheden, drijfveren en talenten en naar de omstandigheden die bijdragen aan groei en ontwikkeling en de eigen kracht en regie versterken.
​​
​​​​​​​​​​​​De basis van de diagnostiek (en begeleiding/behandeling) bij psychologenpraktijk10 is gelegen in het Differentiatiemodel van Begaafdheid en Talent van Gagné (2010). Op basis van dit model wordt enerzijds gekeken maar de aangeboren vaardigheden (aanlegfactoren zoals intelligentie, sensitiviteit, analytisch vermogen en creativiteit) en worden daarnaast het (geboden) leerproces, de omgevingsfactoren en intrapersoonlijke factoren in kaart gebracht. Deze factoren zijn namelijk bepalend in het al dan niet tot uiting (kunnen) komen van een aangeboren talent.
​

Bron: SLO
Intelligentie​
​
In veel beschrijvingen van intelligentie wordt gebruikgemaakt van de zogenoemde normaalverdeling. Dat is een symmetrische “klokvorm” waarin de meeste mensen rond het gemiddelde scoren en de groepen met lagere en hogere scores elkaars spiegelbeeld zijn. Onderzoek laat zien dat de verdeling van intelligentiescores in de praktijk minder netjes symmetrisch is. De spreiding is vaak wat scheef, met een brede middengroep en uiteinden die niet precies elkaars spiegel zijn. Dit wordt een asymmetrische verdeling genoemd.
​
Die asymmetrie heeft verschillende oorzaken. Intelligentiescores ontstaan uit een samenspel van aanleg en omgeving. Kinderen en volwassenen groeien op en leven in uiteenlopende omstandigheden, met verschillen in gezondheid, taalomgeving, mate van stimulatie en kwaliteit van onderwijs. Deze variatie beïnvloedt vooral de uiteinden van de verdeling. Daarnaast hebben tests grenzen. Intelligentietests meten het meest nauwkeurig rond het gemiddelde. Aan de bovenkant ontstaan plafondeffecten, waardoor zeer hoge vermogens minder goed uit elkaar te houden zijn. Aan de onderkant kunnen factoren als taalproblemen, spanning of neurologische kwetsbaarheden een extra drukkend effect op de score hebben.
​
Ook verschillen in kansen, ondersteuning en verrijking spelen een rol. Intensieve begeleiding kan achterstanden verkleinen. Een rijke leeromgeving kan sterke vermogens verder versterken. Samen zorgen deze biologische, omgevings- en meetfactoren ervoor dat de verdeling van intelligentie in de werkelijkheid niet lijkt op een perfect symmetrische klok. De asymmetrische verdeling maakt zichtbaar dat de spreiding van cognitieve vermogens complex is en mede wordt gevormd door de context waarin mensen opgroeien en leren.
​
