Mogelijke kenmerken hoogbegaafdheid:

 

Hoewel geen enkel kind hetzelfde is zijn de volgende kenmerken veel voorkomend bij hoogbegaafde kinderen:

 

  • Sneller in het begrip en het verwerken van nieuwe/moeilijke informatie

  • Een ongewone alertheid vanaf zeer jonge leeftijd

  • Sterk vermogen tot het leggen van verbanden

  • Het kunnen bedenken van originele ideeën en oplossingen

  • Een intense nieuwsgierigheid en grote leergierigheid

  • Altijd redenen en achtergronden willen begrijpen

  • Een zeer goed geheugen

  • Een grote en rijke woordenschat

  • Veel feitenkennis en een grote algemene ontwikkeling

  • Een scherp gevoel voor humor

  • Goed zijn in/houden van woordgrapjes

  • Zeer taakgericht en geconcentreerd kunnen werken

  • Op jonge leeftijd gedetailleerd kunnen tekenen

  • Kritisch richting zichzelf en anderen

  • Hoogsensitief/(over)gevoelig; ongebruikelijke emotionele diepgang

  • Abstract, complex en vanuit inzicht kunnen denken

  • Sterk rechtvaardigheidsgevoel en idealisme vanaf jonge leeftijd

  • Kritisch ten opzichte van alles, dus ook van regels, gewoonten en tradities

  • Vaak in gedachten verzonken, neiging tot dagdromen

  • Gevoelig zijn voor en rekeninghoudend met gevoelens en behoeften van anderen (ook ten koste van zichzelf)

  • Het al jong kunnen doorzien van sociale patronen en herkennen van emoties bij anderen

  • Vroeg gericht op en bezorgdheid omtrent allerlei (levens)vragen

  • Goed in staat/geneigd zichzelf te vermaken en dat lang kunnen volhouden

  • Vaak het initiatief nemen en de leiding nemen in spel (op jonge leeftijd kan dit overkomen als 'de baas' spelen)

  • Sterke eigen wil

  • Vroeg gericht zijn op letters en woorden, zelfstandig leren lezen en schrijven, vaak al voor groep 1

  • Vroeg gericht op cijfers en getallen, zelfstandig leren rekenen

  • Gevoelige zintuigen (geluiden, geuren, smaken en aanraking)

  • Ongeduldig richting eigen onvermogen en dat van anderen

  • Weinig behoefte aan slaap

  • Zeer levendige fantasie en creativiteit

  • Laat en/of moeite met leren zwemmen en fietsen.

 

 

 

bronnen: Hoogbegaafd, Als je kind geen Einstein is, Tessa Kieboom (2007);  Handboek hoogbegaafdheid, Eleonor van Gerven (2011) en De begeleiding van hoogbegaafde kinderen, Jamens T. Web (2013).

Intelligentie kent (min of meer) een normaalverdeling. Deze is als volgt:

bron: Informatiepunt Onderwijs, Hoogbegaafdheid en Excellentie

Theorieën hoogbegaafdheid:

Er bestaan meerdere theorieen met betrekking tot hoogbegaafdheid. De meest gangbare die momenteel gebruikt wordt is de theorie van Renzulli, aangevuld met de theorie van professor Monks van de Universiteit van Nijmegen. Renzulli gaat uit van het "drie ringen model", hierbij gaat het om 3 persoonskenmerken:

 

  • Intelligentie: Buitengewone capaciteiten

  • Motivatie: Doorzettingsvermogen om een taak te volbrengen, de wil om een doel te bereiken.

  • Creativiteit: De wijze waarop problemen worden aangepakt ofwel een originele wijze oplossen of bedenken van problemen

 

Professor Monks heeft bij deze drie ringen de invloed van buitenaf omgevingsfactoren) toegevoegd. Deze factoren zijn medebepalend voor het tot uiting komen van de aanlegsfactoren/talenten. 

  • gezin: de mate waarin het gezin het kind steunt en bemoedigd.

  • school: de mate waarop de school inspeelt op de bijzondere  begaafdheden van het kind

  • vrienden: de reactie van peers/vrienden op de bijzondere begaafdheden alsook het onderhouden van contacten met ontwikkelingsgelijken. 

 

Hieruit voortvloeide het volgende model:

Meest gangbare visie op hoogbegaafdheid op dit moment in Nederland:

multidimensionaal dynamische visie: de prestaties van een leerling zijn afhankelijk van aangeboren capaciteiten en persoons- en omgevingsfactoren.

Wat is eigenlijk het verschil tussen een zelfsturende autonome en een aangepaste succesvolle leerling?

In 1988 omschreven Betts en Neihart de zes profielen van begaafde leerlingen, in 2010 werden deze herzien.  Twee van deze, de ‘zelfsturend autonome’ en ‘aangepast succesvolle’ leerling, lijken op het oog veel op elkaar. Een belangrijke overeenkomst is dat beiden het schoolsysteem effectief doorlopen. Echter, de verschillen, met name in de wijze waarop school doorlopen, zijn groot.

Zo is de ‘aangepaste succesvolle’ de ogenschijnlijk ideale leerling. Hij[1] behaalt goede (school)resultaten, is geliefd bij leraren en schikt zich aan de verwachtingen van anderen. Het is het type leerling waar niemand zich druk om maakt, omdat hij toch wel goed terecht zal komen. Niets is minder waar. Dit type leerling zal, zonder adequate begeleiding, nooit laten zien wat hij werkelijk in zijn mars heeft. Deze leerling is vooral extrinsiek gemotiveerd en afhankelijk van (de bevestiging) van anderen. Hij beschikt over een ‘vaste mindset’ en is er van overtuigd dat zijn intelligentie onveranderlijk is. Uit angst voor fouten zal hij uitdagingen en risico’s vermijden en ‘nooit’ meer doen dan wordt verwacht. Hiermee is hij waarschijnlijk de meest onopgemerkte onderpresteerder.

Een ‘zelfsturend autonome’, daarentegen, is de leerling waarnaar iedere leerkracht zou moeten streven. Deze leerling behaalt ook goede cijfers, maar is vooral intrinsiek gemotiveerd. Er is sprake van een ‘groeimindset’ waarbinnen hij fouten durft te maken en er vanuit gaat dat er altijd wat te verbeteren valt. Deze leerling is zelfverzekerd, heeft zelfkennis en een sterke drive om te leren.

Beide leerlingen behoeven begeleiding. Waar de eerste vooral uit zijn comfortzone gehaald moet worden en (met ontwikkelingsgelijken) begeleid moet worden op de ‘groeimindset’, zal voor de tweede juist aandacht moeten zijn voor het bieden van ruimte en stimuleren tot verdere zelfontplooiing.

Betts, G. & Neihart, M. (1988). Profiles of the Gifted & Talented. Geraadpleegd van http://talentstimuleren.nl/thema/stimulerend-signaleren/profielen-van-leerlingen

Betts, G. & Neihart, M. (2010). Revised Profiles of the Gifted & Talented. Geraadpleegd van http://talentstimuleren.nl/thema/stimulerend-signaleren/profielen-van-leerlingen

Profielen van Leerlingen (2016). Geraadpleegd van http://talentstimuleren.nl/thema/stimulerend-signaleren/profielen-van-leerlingen

Sonet, E. (2015). Zes typen Hoogbegaafden. Geraadpleegd van http://www.jongbegaafd.nl/zes-typen-hoogbegaafden/

Raeijmakers, F. (2015). Werkboek Mindset. Breda, Nederland: Het Talentenlab.

 

 

[1] Waar hij staat wordt bedoeld hij of zij

Voor mijn lieve moeder Tineke

Boudewien Vermeer
Registerpsycholoog NIP/Kind- en Jeugd

In samenwerking met:

intelligentieonderzoek Venlo,  iq test Venlo, iq onderzoek zwolle, hoogbegaafd Venlo, hoogbegaafdheid zwolle, hoogbegaafheid venlo, kinderpsycholoog venlo, intelligentieonderzoek Limburg, hoogbegaafd Limburg, iq onderzoek , boudewien vermeer, IQ Venlo, psycholoog Venlo, psycholoog Zwolle, iq test Limburg, hoogbegaafd Limburg

KvK nummer: 58999531

AGB-code psycholoog: 94-014088

AGB-code praktijk: 94-60439

NIP-registratie: NIP-00090248

SKJ-registratie: 130000387

 

 

IBAN: NL09 RABO 0136585302

 

 

© 2013 Boudewien Vermeer